
Vrolijk straalt het prille zonnetje
Haar jeugdige warmte op ons balkonnetje
Tortelduiven kirren er blij op los
Verliefden zien door de bomen weer het bos
Met een brede lach op het gelaat
Huppelen de kinderen buiten op straat
Een haasje kijkt me ondeugend aan
Een veulen probeert voorzichtig op eigen benen te staan
Kieviten die kwetteren
Eentjes die spetteren
Merels die zingen
Knoppen die zich ter nauwer nood kunnen bedwingen
Ik zie ganzen die sjansen
Bijen die vrijen
Krokussen en narcissen
Die elkaar nooit meer willen missen
Zelfs de kraai en de koolmees raken niet uit gekust
Alles juicht en bruist van levenslust
Ik voel vlinders die wiebelen
Verlangens die kriebelen
Heel kwetsbaar, blij en naakt
Als of de schaal van het ei voor het eerst wordt aangeraakt
En terwijl ik het beekje hoor klateren
De lammetjes zie schateren
En een ooievaar bespeur die een vreugdekreet slaakt
Dan weet ik het zeker: De lente ontwaakt!